Samenvatting resultaten: vergelijking alternatieven

Is een vaarverbinding tussen het Hilversums Kanaal en de Loosdrechtse Plassen haalbaar? Daarop is op basis van de onderzochte effecten, de baten en de kosten niet direct een eenduidig ‘ja’ als antwoord te geven. Voor een aantal alternatieven is de conclusie dat deze niet haalbaar zijn. Natuur is daarbij de grootste beperkende factor. Voor andere alternatieven leiden de effecten niet direct tot de grootste belemmering, maar is de meerwaarde beperkt en/of zijn de kosten erg hoog. De route Vuntus via Loenderveense Plas lijkt op basis van de effecten, de baten en de kosten op korte termijn mogelijk te realiseren. Op langere termijn kan natuurontwikkeling elders in het plangebied ) met name gericht op de het herstel van het aantal broedparen grote karekiet) er toe leiden dat ook de route Loenderveense Plas Oost vanuit natuur realiseerbaar wordt. Samengevat zien de hoofdpunten van de conclusie per alternatief er als volgt uit:

  • Nulplusalternatief: Geen recreatieve meerwaarde, beperkte effecten en kosten;
  • Vuntus via ‘t Hol: Significant negatieve effecten natuur, relatief duur, alleen geschikt voor kleine sloep;
  • Vuntus via de Moleneind: Significant negatieve effecten natuur moeilijk uit te sluiten, gemiddelde kosten, alleen geschikt voor kleine sloep;
  • Vuntus via LO: Effecten natuur waarschijnlijk te mitigeren, relatief lage kosten, theoretische mogelijkheid voor grote sloep/DM-klasse;
  • Loenderveense Plas Oost: Significant negatieve effecten op korte termijn niet uit te sluiten, wel direct geschikt voor grote sloep en DM-klasse, relatief iets duurder;
  • Vecht: Effecten natuur waarschijnlijk te mitigeren, beperkte recreatieve meerwaarde, zeer hoge kosten. 

Voor alle alternatieven geldt daarnaast dat er verschillende waarden in het gebied voorkomen waarvoor op provinciaal niveau in de Provinciaal Ruimtelijke Verordening of de Provinciale Milieuverordening strikte regels zijn opgenomen ten aanzien van bestemmingsplannen. Het gaat daarbij om NNN, UNESCO-werelderfgoed, stiltegebied en grondwaterbeschermingsgebied. Voor de aspecten NNN, UNESCO-werelderfgoed en stiltegebied blijkt uit het MER dat dat de alternatieven in meer of mindere mate tot effecten zullen leiden. Op dit moment is er geen zicht op dat de provincie het project beschouwt als van groot maatschappelijk belang. Dat betekent dat voor alle waarden moet worden aangetoond dat de effecten kunnen worden gemitigeerd/gecompenseerd of dat de effecten niet leiden tot aantasting die indruist tegen de regel dat de waarden worden behouden of versterkt. Nadere uitwerking van de vaarverbinding op inrichtingsniveau en nadere uitwerking van maatregelen moet uitwijzen of voldaan kan worden aan deze regels.

Tot slot is er nog het aspect draagvlak. Uit de periode waarin de NRD en het MER zijn opgesteld is gebleken dat er vanuit verschillende stakeholders verschillende belangen spelen die er voor zorgen dat een aantal alternatieven kunnen rekenen op minder draagvlak. Belangrijke criteria hierbij zijn de effecten op natuur, Kaderrichtlijn water (KRW) en de beleving. Ten aanzien van beleving zullen de routes door de Vuntus via de Moleneind en ’t Hol relatief minder tot veranderingen leiden dan de routes die via de Loenderveense Plas Oost lopen. Voor de routes door de Loenderveense Plas Oost zal dit echter gedeeltelijk afhangen van de lengte van de vaargeul. Bij een korte afstand zal de verandering minder zijn dan wanneer de vaargeul over een grotere lengte van noord tot zuid door de Loenderveense Plas Oost komt. Of deze veranderingen als positief of negatief worden ervaren, hangt af van de stakeholder én van het individu. Zo is uit het voortraject en inspraakreacties op de NRD bekend dat door veel bewoners aan de Horndijk een verandering op de Loenderveense Plas Oost als sterk negatief wordt ervaren. Daarnaast is ook bekend dat sommige bewoners extra vaarbewegingen/-mogelijkheden juist als positieve ontwikkeling zullen ervaren.