Hoofdstuk 7 en 9 van het MER beschrijft de effecten voor de thema’s recreatie, landschap, cultuurhistorie en archeologie. Op recreatief gebied onderscheiden de alternatieven zich van elkaar in hun meerwaarde voor de waterrecreatiesector. Er is een duidelijk onderscheid tussen het aantal vaartochten per jaar in het nulplusalternatief (nagenoeg gelijk aan referentiesituatie), de route via de Vecht (circa 5.000 – 6.000) en de routes door de Vuntus en Loenderveense Plas Oost (respectievelijk 9.000 – 13.000 versus 8.600 – 13.200). De routealternatieven door de Vuntus en de Loenderveense Plas Oost leveren daarmee duidelijk een grotere meerwaarde dan de route via de Vecht of het nulplusalternatief.

Alle alternatieven, behalve het nulplusalternatief en de route door de Vecht, kruisen de Dirck A. Lambertszkade en Kromme Rade door middel van een sluis. De bouw van een sluis op deze locatie leidt tot een beperkte aantasting van deze landschappelijke structuren. Het maakt daarbij weinig uit wat de uiteindelijke omvang zal zijn van de sluis. Behalve het nulplusalternatief hebben alle overige alternatieven een effect op landschappelijk en cultuurhistorisch waardevol gebied vanwege de ligging in de Nieuwe Hollandse Waterlinie en doorkruising van een aantal cultuurhistorisch waardevolle structuren. De alternatieven die door de Loenderveense Plas Oost gaan scoren negatiever dan de overige alternatieven omdat er in dat alternatief over een relatief grote lengte een nieuw element (de afscheidingsdam) in het inundatiegebied wordt aangelegd.

Ten aanzien van archeologie onderscheiden de alternatieven Vuntus via het Moleneind en via ’t Hol en het alternatief door de Vecht zich doordat deze routes door gebieden lopen waar mogelijk archeologische waarden liggen. Voor de overige alternatieven is de kans op het aantreffen van archeologische waarden zeer klein.

Op het gebied van overige recreatie worden alleen beperkte effecten verwacht bij de routes door de Vuntus. Het effect treedt op bij de zwemwaterlocatie het Vuntusstrand en wordt veroorzaakt door vertroebeling van het zwemwater. Dit effect zal beperkt zijn en waarschijnlijk alleen optreden op drukke dagen.

In de tabel hierboven zijn de effecten hiervan samengevat weergegeven.

Gebruiksvarianten  

Het mogelijk maken van andere type boten op een route levert duidelijke verschillen op in het aantal vaarbewegingen die worden verwacht. Voor de routes door de Vuntus leidt het mogelijk maken van bevaren door grotere sloepen (waarvoor een verbreding van de doorgang in de Oud-Loosdrechtsedijk nodig is) tot circa 20% meer vaartochten. Daarmee zou deze route een gelijk aantal vaartochten krijgen als de route via de Loenderveense Plas Oost, waar het gebruik van een grote sloep reeds het uitgangspunt is. Wanneer de routes daarnaast ook geschikt worden gemaakt voor motorjachten (DM-klasse), wordt een extra toename verwacht van 20% (ten opzichte van de te verwachten toename bij gebruik door sloepen). Daarentegen wordt verwacht dat bij het alleen openstellen voor elektrisch varen, slechts 10% van de te verwachten aantal vaarbewegingen bij gebruik door sloepen kan worden behaald.

De gebruiksvarianten leiden in het algemeen niet tot meer/andere aantasting van landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden. Wanneer er voor gekozen wordt om de vaarduiker (Horregat) in de Oud Loosdrechtsedijk te verbreden, dan moet er rekening mee worden gehouden dat daar een hoge archeologische verwachtingswaarde is. De alternatieven door de Vuntus scoren daarom bij gebruik van grotere boten beperkt negatiever op het aspect archeologie dan bij gebruik van de kleine sloep (en dus het niet aanpassen van de Horregat). Wanneer de routes door de Vuntus alleen worden opengesteld voor elektrisch varen, zal de toename van het aantal vaarbewegingen zo beperkt zijn, dat er geen effecten meer worden verwacht op het zwemwater van het Vuntusstrand.